Praktijkdemonstraties met inzet van dierlijke mest op bouwland

Op dinsdag 24 maart werd vanuit het project 'Bemest op z’n best' samen met Mestdistributie J. van Leijsen een kennismiddag met praktijkdemonstraties gehouden in het Zeeuwse Poortvliet. Dierlijke mest op bouwland moet volgens de regels in smalle sleufjes in de grond of volledig afgedekt worden toegediend. Mest mag na toediening niet zichtbaar zijn. Op kleigrond vraagt dit extra aandacht. Een vlakke toplaag en een goed afgestelde machine maken het verschil. 

Grond die in het najaar is geploegd ligt vaak te open, waardoor mest bij sleufbemesting te breed uitvloeit en niet aan de eisen wordt voldaan. Een voorbewerking die de toplaag verkruimelt en egaliseert, zorgt voor een beter resultaat. Cultivatortanden achter de kouters verbeteren het werkresultaat ook. Ze werpen losse grond over de mest en zorgen voor een goede afdekking van de sleufjes. Dat levert al snel een halve kilo extra stikstofbenutting per kuub mest op en bespaart kunstmest.


Voordeel van deze combinatiemachine is dat deze naast een goed werkresultaat op bouwland ook op grasland op vochtige kleigrond goed in te zetten is. Wel blijft flexibiliteit belangrijk. Op bouwlandpercelen met veel gewasresten moeten de tanden eenvoudig opklapbaar of te verwijderen zijn om opstropen van gewasresten te voorkomen. Mogelijk dat snijschijven voor de tandjes, die gewasresten doorsnijden, een oplossing kunnen zijn. Dit vraagt verder ontwikkelen en testen.


Voor stoppelland of kaal bouwland biedt een schijvenegbemester met toedekschijven een goed alternatief. Deze machine werkt iets dieper en dekt de mest vrijwel volledig af, met weinig risico op opstropen. Ook hier blijft een vlak oppervlak essentieel om te voorkomen dat diepere, vochtige kleikluiten naar boven worden gewerkt. Tijdens de demonstraties liet de loonwerker een Veenhuis bolleschijf-sleuf/zodebemester met slangaanvoer zien op twee percelen: een graanstoppel die was bewerkt en weer bezakt en een perceel wintertarwe van circa 20 centimeter hoog.


Op het stoppelland bleek direct het belang van een vlak perceel. Door oneffenheden kwam de mest op meerdere plekken niet volledig in de sleufjes terecht. Dat zou bij controle niet geheel voldoen aan de eisen. De rijen mét cultivatortanden presteerden duidelijk beter: zij dekten de mest netjes af zonder opstropen van resten. Boer en loonwerker dragen samen verantwoordelijkheid voor het werkresultaat. Bij afwijkingen volgt een boete voor de loonwerker en een korting op toeslagrechten voor de boer. In wintertarwe werkte de bemester nauwkeurig. Vrijwel alle mest kwam netjes in de sleufjes tussen het gewas terecht. Dat zorgt voor een optimale stikstofbenutting.


De komende jaren verschuift de focus naar gerichte sturing op het voorkomen van nitraatuitspoeling. Telers moeten aantonen dat er in het najaar niet te veel nitraat in de bodem achterblijft. Dat gebeurt via bodemmonsters op drie dieptes: 0–30, 30–60 en 60–90 centimeter. Eurofins demonstreerde een quad met automatische monstername, die snel en efficiënt werkt, ook op stevige grond.

Bron: Bemest op z'n best, 08/04/2026
Publicatie: 16-04-2026