Biologisch aanzuren mest: kansrijk maar met belangrijke aandachtspunten
Biologisch aanzuren is het toevoegen van suiker- of zetmeelhoudende producten aan mest. Hierdoor worden organische zuren gevormd (fermentatie) en daardoor daalt de zuurgraad (pH). Het is hetzelfde proces als bij inkuilen of bij bijvoorbeeld productie van zuurkool. Door de verzuring wordt de emissie van ammoniak en methaan verminderd en hierdoor is deze mest waardevoller als meststof en ook voor bijvoorbeeld biogasproductie. Recente praktijktesten laten zien dat het een interessante innovatie is met veelbelovende resultaten. Het blijkt namelijk dat er door de hogere waarde geld verdiend kan worden met een milieumaatregel.
Het CDM heeft dit nader bekeken en is tot een technisch advies gekomen. Het CDM is de Commissie Deskundigen Meststoffenwet, een belangrijk wetenschappelijk adviescomité voor het ministerie van LVVN over het mestbeleid en gerelateerde onderwerpen.
Conclusie
Biologisch aanzuren is zeker kansrijk, maar hierbij is het wel van groot belang dat de drijfmest homogeen wordt verzuurd. Indien de pH onvoldoende laag is, of indien er in de mestkelder plekken zijn waar de pH onvoldoende laag is, kan er juist meer methaanvorming ontstaan en is er dus een averechts effect. In een slecht geventileerde of dichte mestkelder kan deze methaanproductie, zichtbaar als schuimvorming, zelfs leiden tot ontploffingsgevaar.
Verder wordt erop gewezen dat met de aanvoer van de suikerhoudende producten aan mest er ook stikstof en fosfaat wordt aangevoerd. Afhankelijk van het gebruikte product is dat veel of weinig, hetgeen van belang is voor boeren in de mestboekhouding.
Andere nutriënten als zwavel, chloor, natrium of kalium kunnen nuttig zijn als meststof, echter: bij te hoge gehaltes vraagt het extra aandacht in de bemesting om overdosering en daarmee schade aan gewassen of milieu te voorkomen. Specifiek voor zwavel wordt gesteld dat dit kan leiden tot H2S-productie (een zeer gevaarlijk mestgas) wat zowel de biogasproductie remt als voor corrosie en gevaar kan zorgen.
Dat een product is opgenomen in de bijlage Aa-lijst (waardoor het als meststof mag worden gebruikt) biedt volgens de onderzoekers onvoldoende zekerheid dat het ook veilig als substraat voor biologisch aanzuren kan worden gebruikt.
Het technische advies vindt u hier.
Foto's van een experiment met biologisch aanzuren op een melkveebedrijf door HAS Green Academy (foto's: Jan Meiresonne). In deze proef bleek de biogasopbrengst uit mest te stijgen van 22,7 naar 32,4 kuub per ton mest. Bovendien leverde het toegevoegde cosubstraat melasse 16,2 kuub biogas per ton mest. Zie ook: Positieve resultaten experiment biologisch aanzuren.